Coronamaatregelen: een terugblik en een vooruitblik


vervolg op essay van 18 november 2021


geplaatst op 14 januari 2022



Afgelopen 18 november publiceerde ik een voor mijn doen veelgelezen essay naar aanleiding van nieuwe coronamaatregelen. Kort samengevat was het een pleidooi om vrijwel alle maatregelen los te laten en met het virus te leven. Inmiddels weten we dat sindsdien, met een harde lockdown en een verdere ontwikkeling van het coronapaspoort, het omgekeerde is gebeurd. Ik heb daar veel over gehoord, gesproken, gelezen en gedacht. Dat heeft geleid tot dit vervolgessay, veel meer in de vorm van een duiding dan als stellingname. Het verheldert voor mezelf hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren en hoe de scherpe tweedeling in het debat is ontstaan. Ik hoop dat het onderling begrip op gang brengt en dat het helpt bij een strategiebepaling voor de toekomst. Ook dit essay kost je bijna 20 minuten, maar het is een hopelijk waardevolle les over meer dan corona alleen. Mijn eerdere essay vind je nog onderaan dit essay.



Achtergrond van doodsangst

De meest fundamentele verklaring voor de schurende en vaak emotionele discussies over corona is dat ze plaatsvinden tegen de achtergrond van doodsangst. Die angst wordt nog versterkt door de onzichtbaarheid, onvoorspelbaarheid en onbekendheid van het virus. Virussen onttrekken zich aan onze controle. Dat is een enorme angstversterker, zeker in een moderne cultuur waarin we eraan gewend zijn geraakt dat de mens overal controle over heeft. Het is al zo’n 70 jaar nauwelijks meer nodig om confronterende vragen en dilemma’s op het scherpst van de snede te beantwoorden. Zelfs de economische meltdown van 2008 is bij de meesten stilletjes voorbijgegaan, omdat de overheid ons uit de wind hield met enorme steunpakketten aan banken.

Onze angsten worden verder aangewakkerd door de moderne media, met social media-vliegwielen die politici opjagen tot maatregelen, moties en spoeddebatten. Angst-opwekkende berichten leveren immers meer clicks op. Vroeger stond de feitelijkheid bij berichtgeving meer centraal, in het commerciële internettijdperk hebben speculaties en meningen een belangrijke positie ingenomen. Feiten die nog wel worden genoemd, staan bovendien vaak ten dienste van die angst: “Ziekenhuisopnames met 8% gestegen”. Want op saaie feiten wordt minder geclickt. Het is een interessante vraag of de groepsdynamica rondom corona 25 jaar geleden van dezelfde aard zou zijn geweest, toen het enorme krachtenveld van het internet er nog niet was.

De dood is reëel gebleken, maar de kans erop klein. Of de angst op cijfermatige gronden terecht is, laat ik hier in het midden. Ik constateer slechts dat angst discussies emotioneler maakt, de zuiverheid van inhoudelijke discussies vermindert en enkele speltheoretische problemen versterkt. De ontstane tweedeling in het debat is inmiddels fors. In het vervolg van dit essay bespreek ik achtereenvolgens drie inhoudelijke spectra en verschillende psychologische of speltheoretische mechanismes die in het coronadebat een grote rol spelen. Ik sluit af met zeer ongemakkelijke redeneringen en vragen voor de toekomst.


1. Drie inhoudelijke spectra

Ik zie drie inhoudelijke keuzes, of spectra, die mensen in het coronadiscours verdelen in twee ‘kampen’: veiligheid versus vrijheid, orde versus chaos, en techniek versus natuur. Bedenk hierbij dat argumenten meestal uit meningen voortvloeien, niet andersom. Als het erop aankomt, zijn mensen gevoelsdieren. De ‘kampen’ zijn dus maar zelden te overtuigen of bijeen te brengen via uitwisseling van argumenten. Daarom waag ik me hier niet aan cijferanalyses; mensen halen er slechts uit wat ze eruit willen halen. Ik poog liever meer onderling begrip te kweken door elkaars positie goed te beschrijven.
De drie hieronder te bespreken keuzes gaan nooit optimaal samen, en zeker niet in extreme corona-omstandigheden. Mensen moeten dus kiezen. Slechts weinigen zitten in de extreme ene of andere kant, maar de meesten hebben wel een voorkeur. Die neigingen verscherpen zich vaak in discussies, omdat mensen graag karikaturen maken van de positie van de ander. Ik zet de drie spectra hier zo neutraal mogelijk uiteen en benoem mijn eigen positie hierin apart.

Veiligheid versus vrijheid
Zwart-wit gesteld zijn er mensen die liever veilig in de gevangenis zitten, terwijl anderen liever onveilig vrij zijn. We willen natuurlijk het liefst allebei, maar als een rondwarend virus deze keuze op scherp zet, dan ontvouwt zich deze tweedeling. Aangezien beide waarden in onze moderne samenleving hoog in aanzien staan, claimen beide ‘kampen’ vaak het morele gelijk. Maar ieder individu weegt dat anders: de één waagt zich aan levensgevaarlijke bergbeklimmingen, de ander durft niet eens auto te rijden. Dit dilemma kan ook worden gezien als de keuze tussen kwantiteit of kwaliteit van leven: wil je de dood zo lang mogelijk bij je vandaan houden, of leef je liever maximaal en zie je wel waar het schip strandt?

In coronatijd is dit dilemma vaak verward met solidariteit. Er is ongevaccineerden of jongeren vaak verweten dat ze met hun gemakkelijke houding kwetsbare mensen in gevaar brengen en dus niet solidair zijn. Roekeloze vrijheid ten koste van veiligheid. Maar andersom hebben oudere of bangere mensen via de lange arm van de overheid grote en langdurige vrijheidsbeperkingen opgelegd aan miljoenen fitte mensen, terwijl ze ook gewoon zelf in lockdown hadden kunnen gaan. Fitte mensen moesten aan de ketting, terwijl die de huidige en toekomstige samenleving draaiende moeten houden. Ook die houding is vaak weinig solidair genoemd. Solidariteit kent vele facetten en is hier niet het onderscheidende punt. Uiteraard zijn ouderen en kwetsbaren meer gebaat bij veiligheid, en jongeren meer bij vrijheid. Een belangentegenstelling dus, maar de flinke meningsverschillen onder de velen met gemiddelde risico’s laten zien dat ook de ideologische tegenstelling tussen veiligheid en vrijheid een grote rol speelt.

Waarschijnlijk zijn mensen die hangen naar veiligheid in de meerderheid. Vooral het politieke midden neigt daarnaar. Ikzelf neig meer naar vrijheid, waarmee ik een minderheid in het coronadiscours bleek.

Orde versus chaos
Veel mensen gaan ervan uit dat een samenleving in hoge mate van bovenaf is te sturen. Daar voelen ze zich ook het prettigst bij en daarom hebben ze vertrouwen in instituties. Strenge quarantaineregels, vaccinaties, lockdowns en bron- en contactonderzoek kunnen volgens hen een adequate aanpak vormen die het virus ‘een slag toebrengt’. Mensen en virussen bewegen zich in hun ideaalbeeld langs de lijnen van Haagse dashboards, met een directe relatie tussen knoppen en uitkomsten.
Anderen denken dat de werkelijkheid helemaal niet zo stuurbaar is, of hooguit langs totalitaire weg. Daarmee is maakbaarheidsdenken volgens hen sowieso laakbaar en nemen ze liever (milde) chaos als uitgangspunt van hun denken. Zij geloven niet dat de bewegingen van virussen goed kunnen worden gemonitord en voorspeld en kijken vanuit dat perspectief hoe we met corona moeten omgaan. Ze leggen liever geen dwangmatige beperkingen op, die volgens hen een schijnmaakbaarheid suggereren. Daarmee onderschatten ze soms de mogelijkheden die er wél zijn om het virus te bestrijden. Uiteraard vindt men onder deze groep veel klassiek liberalen, maar toch ook veel linksige mensen vanuit het van onderop-idee van ‘the wisdom of the crowds’.

Belangrijk is hier ook dat ‘orde’-mensen zichtbare en meetbare slachtoffers – lees: directe coronaslachtoffers - meer op het netvlies hebben dan indirecte slachtoffers. Want die indirecte slachtoffers – lees: kwijnende ondernemers, depressieve studenten - van coronamaatregelen zijn moeilijker te meten en onttrekken zich dus wat aan hun ordelijke wereldbeeld. Chaos-mensen zijn intuïtief geneigd om meer gewicht toe te kennen aan de gevolgen die zich aan ons gezichtsveld onttrekken. Hoewel ik beide benaderingen in de juiste verhouding nodig acht, heb ik mijn leven lang al meer sympathie voor de chaoskant van dit spectrum. En daarmee ben ik een minderheid.

Techniek versus natuur
De moderne samenleving kent twee ecosystemen: de aloude natuur, en het ‘technicum’. Die laatste is geschapen door de mens en heeft in pakweg honderd jaar een indrukwekkende opmars gemaakt. Vaccins maken uiteraard deel uit van het technicum, evenals bijvoorbeeld auto’s, chemie, computernetwerken en QR-codes.
Natuurmensen vertrouwen eerder op ons immuunsysteem, op een vitaal lichaam, gezond gedrag en een gezonde leefomgeving. De enorme verworvenheden van het technicum maken weinig indruk op ze, al is het maar omdat de natuur zich veel langer heeft bewezen. Je zag dan ook veel natuurgenezers en yogaleraressen meelopen in demonstraties tegen coronamatregelen. Technicum-mensen daarentegen vertrouwen liever op virologen, lockdowns, FFP2-mondmaskers en vooral vaccins.

Deze verschillen in voorkeuren uiten zich ook in andere dingen des levens, zoals borstvoeding versus flesvoeding, of thuisbevallingen versus ziekenhuisbevallingen. Natuurmensen voelen zich ook vaak prettig in een tentje in de natuur. Ze voelen dan zo min mogelijk gewicht van de beschaving en dat is voor hen de kern van vrij zijn. De nadelen nemen ze erbij: regen, kou, onhandigheden. De mensen die zich meer thuisvoelen in het technicum zijn juist vrij en comfortabel in een camper met alles erop en eraan. Dat geeft ze het gevoel dat ze zich onafhankelijk, dus vrij, hebben gemaakt van de elementen. De nadelen nemen ze erbij: de kosten, het onderhoud, de kans dat dingen stuk gaan. Ze hebben ook een minder sterke afkeer van sterven op de IC dan natuurmensen, die liever thuis doodgaan.

Mensen die vertrouwen op techniek zijn duidelijk in de meerderheid. Natuurmensen zijn in het coronadiscours daardoor in het defensief gedrongen. Technicum-mensen dringen hen wel met pseudo-dwang vaccins op, maar natuurmensen kunnen hun overtuigingen maar moeilijk aan anderen kwijt. Mijn positie hierin is pragmatisch. Ik maak graag gebruik van de verworvenheden van het technicum als me dat goed uitkomt. Emotioneel sta ik echter dichter bij de natuur, wat me ambivalent maakt over vaccinaties.

De drie spectra in het debat
Wie deze drie dilemma’s op een rij zet, valt snel iets op. Het mainstreamdenken - dus van OMT, RIVM, kabinet en de meeste grote media – bevindt zich duidelijk in de sferen van veiligheid, orde en techniek. De eerstgenoemde woorden in bovengenoemde spectra dus. Want het gaat telkens over veiligheidsmaatregelen van bovenaf, met een groot geloof in disciplinering en een sterke inzet op vaccinaties en boosters. De mensen die zich meer thuis voelen in de tegenovergestelde kant van de drie spectra, dus in vrijheid, chaos en natuur, kregen steeds vaker het predicaat ‘wappie’. Het wappiewoord is daarmee duidelijk aan inflatie onderhevig geweest. Er ontstond een steeds groter schisma tussen beide keuzes. Uiteraard formuleer ik het hier wat versimpeld, want in het complexe coronadebat zijn er bijvoorbeeld ook mensen die kiezen voor vrijheid, maar niet voor de natuur. Hoe dan ook, hier komen wij terecht bij de eerder aangekondigde speltheoretische aangelegenheden.



2. Speltheorie, psychologie, groepsdynamica, proces

Zoals in veel maatschappelijke vraagstukken spelen speltheorie en psychologie een grote rol. Mensen laten wat ze van iets vinden bijna altijd, bewust of onbewust, afhangen van wat individuen en vooral subgroepen om hen heen vinden en zeggen. Laten we dat voor het gemak het proces noemen. In dit deel komen achtereenvolgens groupthink, de sunk cost fallacy, groepsneurose en complotdenken aan de orde.

Groupthink
Luidruchtige kritiek op coronamaatregelen is in veel landen begonnen in kringen van rechts-populisten. Deze onfortuinlijke omstandigheid heeft kritiek vanaf het prille begin verdacht gemaakt en heeft bijgedragen aan de gerezen tweedeling in het publieke debat. Daar zijn beide ‘kampen’ schuldig aan. Rechts-populisten met hun vaak provocerende taal, en mainstream-instituties met een vaak ferme en gesloten topdown-communicatie. Ondertussen drukten veel mensen uit politiek pragmatische en progressieve kringen ongemakkelijke gevoelens over coronamaatregelen weg, uit huiver voor associaties met twijfelachtige figuren. De twee meningenwolken verwijderden zich van elkaar, aangejaagd door bubbelversterkende social media-algoritmes. Vruchtbare kruisbestuivingen tussen de meningenwolken werden een zeldzaamheid.

Deze tweedeling brengt me bij het bekende psychosociale fenomeen groupthink, ofwel groepsdenken. Wikipedia zegt daarover: “Een groep van op zich zeer bekwame personen die zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen dat de kwaliteit van groepsbesluiten vermindert. Het ontstaat als groepsleden primair letten op het behoud van eensgezindheid bij een beslissingsproces in plaats van een kritische overweging van de feiten.”
De voornaamste risicofactor voor het ontstaan van groepsdenken is een gebrekkig oor voor dissidente geluiden, zowel van binnen als buiten de groep. Dissidenten die zich uitspreken, worden als verstoorders van de gesloten gelederen terzijde geschoven. Maar dissidente geluiden zijn in de geschiedenis vaak waardevol gebleken. Verschillende grote inzichten of ontdekkingen kwamen van vreemde snoeshanen, met soms pas erkenning na hun dood. Juist in extreme pandemische omstandigheden waarin mainstreambeleidsmakers ook niet veel verder komen dan herhalingen van zetten, is een open en brede discussie van groot belang.

Genoemde scheeftrekking was wereldwijd zichtbaar, doordat landen maatregelen en meningen mede lieten afhangen van wat er om hen heen gebeurde. Dat bracht convergerende krachten op gang naar één mainstream-discours met min of meer internationale consensus. De enorme breedte van een dergelijke consensus is uiteraard zelfversterkend. Slechts enkele Europese landen waagden zich aan een min of meer dissidente aanpak: Zweden vooral, en Engeland enigszins.
Hier dringt zich een vergelijking op met de zomer van 2008, net voor de wereldwijde financiële meltdown. Er was in de mainstream-media vrijwel geen wolkje aan de lucht. Verschillende gezaghebbende economen en instituten schreven om twee voor twaalf nog dat het systeem ‘stabiel’ was. Maar achter de schermen stapelden de risico’s zich op, met al die sub-prime hypotheken. Niemand greep in. Was er dan niemand die het zag? Wel degelijk: sommigen voorspelden de meltdown. Maar deze wappies avant la lettre werden nauwelijks gehoord, ze verstoorden de economische goednieuwsshows. Wijsheid achteraf was het hoogst haalbare. Is dat misschien ook het lot van de corona-aanpak, als we straks gaan evalueren?

Sunk costs fallacy
Het in twijfel trekken van een bestaand patroon of strategie is om nog een ander bekend psychologisch mechanisme lastig: de sunk costs fallacy. Deze beschrijft de menselijke neiging om voort te gaan op een ingeslagen weg omdat daar al veel tijd, geld en energie in is gestoken, ook al kost doorgaan meer dan het oplevert. De mens heeft de – op economische gronden onterechte - neiging de reeds gemaakte (‘verzonken’) kosten die niet meer ongedaan te maken zijn mee te tellen bij de keuze tussen doorgaan of niet. Dit heeft ook met gezichtsverlies te maken: wie terugkomt op zijn schreden geeft als het ware toe dat zijn strategie tot dan toe onverstandig of nutteloos is geweest.

Maar dat laatste hoeft bij coronamatregelen niet zo te worden opgevat. Want in de eerste fase van de pandemie was er nog weinig informatie voorhanden, bovendien zijn nadien enkele omstandigheden veranderd. Het had dus best uit te leggen geweest om in de herfst van 2021, of misschien al eerder, een fundamentele koerswijziging in te zetten. Ikzelf heb die draai wel gemaakt. In het begin was ik voor de maatregelen, of ze hadden in elk geval mijn voordeel van de twijfel. Ook ik hoopte op de vaccinaties als uitweg uit de crisis. Ik heb mij laten vaccineren, en zelfs mijn dochters van 12 en 14 jaar, terwijl zij helemaal geen gevaar lopen. Maar toen de werking van de vaccinaties bleek tegen te vallen en we opnieuw tot sluitingen overgingen, kwam er een sterk gevoel bij me op dat we deze groef uit moesten. Ik constateerde echter dat zo’n wending voor mij gemakkelijker is dan voor beleidsmakers die zich bevinden in het oog van de storm, mede door de sunk costs fallacy.

Groepsneurose
De Belgische psycholoog Mattias DeSmet verklaart op weer andere wijze waarom zo’n groot deel van de bevolking voor forse coronamaatregelen blijft, ook al is het succes ervan zo langzamerhand niet indrukwekkend meer te noemen. Kort samengevat komt de theorie erop neer dat een samenleving die psychische balans, samenhang en richting ontbeert gevoelig is voor aanleidingen die een nieuw soort gezamenlijkheid en zingeving kunnen bieden. Het coronavirus bleek een uitstekende kandidaat: een gemeenschappelijke vijand die een gezamenlijke aanpak vereist. ‘Het virus verslaan’ werd voor velen een nieuw nuttig doel om met z’n allen voor te gaan. Mensen kunnen dan geneigd zijn tot grote opofferingen, ook als die op logische gronden niet (meer) te rechtvaardigen zijn. Want de logica staat bij een dergelijke groepsneurose niet voorop, ook niet bij ‘redelijke’ mensen. Dat verklaart ook de emotionele reacties op degenen die daar kritische vragen bij stellen, want zij verstoren de gezamenlijke, bijna religieuze opdracht. Ze zijn spelbrekers. DeSmet poneert hier een theorie die niet bij iedereen in goede aarde zal vallen, maar hij brengt die dermate overtuigend dat de theorie hier een plekje verdient.
Ik voeg hier op eigen conto aan toe dat de aandacht langzaam lijkt te verschuiven van virus naar ongevaccineerden. Nu duidelijk is geworden dat het virus zich niet laat verslaan, lijken ongevaccineerden de nieuwe gemeenschappelijke vijand te worden. Het behoeft geen betoog dat dat een gevaarlijke ontwikkeling is, zeker omdat ongevaccineerden een diverse groep zijn en velen van hen nu al niet tot de geprivilegieerden behoren.

Complotdenken, follow the money
De coronapandemie heeft brandstof gegeven aan vele oude of nieuwe complottheorieën. Aanhangers daarvan maken zich zeer bezorgd om de samenleving, wat op zichzelf prijzenswaardig is. Ze raken echter verzeild in vergezochte theorieën. Het veelkleurige internet biedt voor elke theorie geldig lijkende onderbouwingen, waardoor het steeds moeilijker wordt om te beoordelen wat realiteit is en wat niet. Ook mainstreamnieuws bevat soms desinformatie. Door de talloze mediafilters tussen de wereld en onze ogen is de enige zekerheid in feite wat er in onze persoonlijke omgeving gebeurt. Misschien moet die daarom weer een grotere rol gaan spelen in onze werkelijkheidsbeleving. We zouden dus niet als eerste op internet moeten kijken als we willen weten hoe groot bijvoorbeeld het long-covid-probleem is, maar om ons heen: hoeveel mensen ken je zelf die daaraan lijden en hoeveel niet?

Wat onze schermwerkelijkheid betreft is het van belang om niet elke gekke theorie te omarmen, maar dissidente geluiden ook niet uit te sluiten. Want van de vele complottheorieën uit de geschiedenis zijn sommige wel waar gebleken. Daarnaast moeten we ons bewust zijn van een principe dat altijd van kracht is: follow the money. Er is niets complotterigs aan om de enorme zakelijke belangen die achter vaccins en QR-codes zitten in onze beoordelingen mee te nemen. Big tech en Big pharma zijn geen filantropische bedrijven, ze verdienen miljarden aan de coronapandemie. Deze notie speelt tot nu toe nauwelijks een rol in het coronadiscours, terwijl het de kwaliteit van (corona)beleid ten goede zou komen als we ons bewust zijn van de krachtenvelden die dat beleid mede bepalen.

Principiële en logische ankerpunten
De voornaamste slachtoffers van bovengenoemde psychologische fenomenen, tegen de schrille achtergrond van angst, zijn natuurlijk de logica en de redelijkheid. Dat wringt, want rationaliteit is de gangmaker geweest voor de groei naar de moderne samenleving en is cruciaal voor het in stand houden ervan. Dat is evident bij ICT en techniek, maar ook bij virusbestrijding en juridische en ethische vraagstukken is een koel hoofd belangrijk.

Zo dienen coronasterftekansen reëel te worden afgezet tegen andere gevaren des levens die we voetstoots accepteren. En dient de wenselijkheid van bijvoorbeeld een 2G-beleid zorgvuldig te worden onderzocht op logische gronden. Kunnen we staande houden dat ongevaccineerden gevaccineerden in gevaar brengen, terwijl juist gevaccineerden zijn beschermd met een vaccin, waarvan ze zelf zeggen dat die zo goed werkt? Kunnen we volhouden dat een ongevaccineerde vitale jongere een onaanvaardbaar risico vormt op overstromende IC’s, en een gevaccineerde oudere met een BMI van 30 niet? Kunnen we ongevaccineerden op geldige gronden tegen zichzelf beschermen met toegangsontzeggingen, terwijl we ze wel binnenlaten bij slijterijen en McDrives? Onze rechtsstaat stelt ons verplicht om deze vragen adequaat te beantwoorden.

De logica en de redelijkheid zijn tot nu toe beperkte dammen gebleken tegen steeds forsere maatregelen, terwijl het virus juist in kracht afneemt. De stille meerderheid van de bevolking toont zich hierin pragmatisch of zelfs lethargisch, op het gevaar af van een grenzeloze gang richting de ethische bodem. En ook richting berusting: het is acceptabel als het nooit meer als vanouds wordt. Als bij elke extra maatregel wordt gezegd: het is nu eenmaal nodig, we leven er wel naar, waar zijn dan nog onze ankerpunten? Er bestaat ook zoiets als psychische veiligheid: de geruststelling dat we samen ergens een streep durven zetten om elkaar te behoeden voor logische en ethische luchtledigheid. Ook al liggen ethische grenzen bij iedereen anders, het is cruciaal dat ze vanuit verschillende perspectieven worden beredeneerd en uitgesproken. Want waar geweld de beul van de rechtsstaat kan zijn, is lethargie de sluipmoordenaar ervan.



3. Ongemakkelijke vragen voor de toekomst

De gemiddelde sterfleeftijd van coronapatiënten ligt boven de tachtig, een keurige sterfleeftijd dus. In feite is corona hiermee een ouderdomsziekte. Er gaan weliswaar ook jongeren aan dood, maar dat gebeurt zo weinig, dat we die onder de categorie ‘botte pech’ moeten scharen. Je kunt ook botte pech hebben met een verkeersongeval, we vinden dat geen reden om al het verkeer stil te leggen. We willen een eenvoudige en goedkope maatregel als het verlagen van de maximumsnelheid niet eens invoeren, ook al weten we dat dat levens spaart.

Mensen van in de tachtig sterven aan van alles: hartfalen, suikerziekte, kanker, griep. We vinden het weliswaar niet leuk om dood te gaan of om een naaste te verliezen, maar we accepteren al die oorzaken als realiteit. Behalve corona. We vinden sterven aan corona zo onacceptabel, dat we nog liever met ontwrichtende lockdowns de stabiliteit van de hele samenleving in de waagschaal leggen. Hoe kan dat?
Het antwoord is gelegen in de grote aantallen slachtoffers tegelijkertijd, in combinatie met de beschikbaarheid van technische hulpmiddelen om sterfgevallen uit te stellen. Want we hebben ziekenhuizen, IC’s, beademing. Als artsen machteloos zouden staan tegen corona, zoals tegen sommige andere ziektes, dan zouden we de coronadoden accepteren als natuurramp en de samenleving zonder maatregelen laten doorfunctioneren. Niet omdat we niet om die levens zouden geven, maar simpelweg omdat er dan niets anders op zit. Lockdowns zouden zinloos zijn, ‘flattening the curve’ zou slechts uitstel van executie zijn. Je rouwt en je gaat door. Kortom: we hebben ons in de lockdowns en de coronapaspoorten gestort omdat we de middelen hebben om corona te verzachten en te behandelen. Capaciteitsgebrek bij die middelen was de enige reden voor coronamaatregelen.

Van lot naar techniek naar politiek
Pandemieën, of eigenlijk gezondheidsproblemen in z’n algemeen, evolueren in de loop van de geschiedenis van lotsprobleem naar technisch probleem naar politiek probleem. In de Middeleeuwen waren virusinfecties simpelweg het lot. Men snapte niet waar ze vandaan kwamen, men had geen behandelingen. Je kon slechts hopen dat je het niet kreeg. Na grofweg 1850 namen de technische middelen tegen ziekte langzaam toe. Het probleem verschoof van lotsaanvaarding naar een probleem van technische aard. Vooral na 1950 nam het aantal middelen tegen ziektes sterk toe. Inmiddels hebben we de hoogste levensverwachting in de menselijke geschiedenis en hebben we de dood naar de randen van ons bewustzijn gebracht. Dat brengt ons nu echter in de derde fase van onze omgang met ziekte: de politieke fase. Want doordat we de dood zo ver hebben weten terug te dringen, zijn we de dood steeds meer gaan opvatten als een onrechtvaardige schending van onze rechten. Als er middelen beschikbaar zijn om de dood bij ons vandaan te houden, dan moeten die voor iedereen worden ingezet. Daar is eigenlijk geen discussie over mogelijk. Ook niet als ze schaars zijn, als ze lockdowns vergen, als ze steeds duurder worden, of als mensen hun ziekte met een ongezonde levensstijl of grote risico’s grotendeels aan zichzelf te wijten hebben.

De beschikbaarheid van schaarse medische hulpmiddelen kan dus op individueel niveau een zegen zijn, maar ons op collectief niveau aan de ketting leggen. We aanvaarden noodgedwongen nog wel het lot, maar niet een moedwillige terzijdelegging van schaarse middelen die we wel hebben. Dat daar toch grenzen aan zitten, kan slechts duidelijk worden gemaakt via de overdrijving: zouden we een jaar strenge lockdown van de hele samenleving ervoor over hebben om één 83-jarige één jaar extra leven te geven?
Nee, natuurlijk niet. Er is dus een grens. Maar waar leggen we die? Zolang we daarover het gesprek niet aangaan, wacht ons een dystopische toekomst. Doortrekking van huidige trends leidt ons naar steeds meer ouderen, steeds meer dikke mensen die steeds ongezonder eten en steeds minder bewegen, steeds hogere virusrisico’s en steeds meer dure medische middelen. We houden de komende jaren dus steeds meer zwakke lichamen overeind tegen steeds hogere prijzen, of dat nu lockdowns, vaccins, levenskwaliteiten of euro’s zijn.

Toekomstgesprekken
Als we die ontwikkeling in de hand willen houden, dan hebben we belangrijke gesprekken te voeren, ver voorbij de virologie. Gesprekken over gezondere leefstijlen, over toegangsnormen tot zorg, over eigen verantwoordelijkheden, hogere zorgpremies, of over het verminderen van virusrisico’s in bijvoorbeeld de bio-industrie. Accepteren wij straks nog ongevaccineerden? En hoe gaan we dan om met dikke mensen, die met hun slechtere afweer eveneens een risico vormen op overstromende IC’s?
In de eerste maanden van de coronacrisis was een angstige crisisblik verdedigbaar, maar daarna was meer reflectie op z’n plaats geweest. Zou die er alsnog van komen als de crisis straks bezworen is? Of zal iedereen dan zeggen dat dat langetermijnperspectief niet meer nodig is, dat we de pijnlijke gesprekken liever vermijden? En als we dan tegen een nieuw virus aanlopen, treden we die dan vervolgens weer met dezelfde crisismaatregelen tegemoet? De mens is van nature niet goed in lange termijnen, we zullen over onze eigen schaduw heen moeten springen. Eerste pogingen daartoe zijn tot nu toe vooral te vinden op de flanken van het discours. Het valt slechts te hopen dat de waardevolle ideeën die daar nu al te vinden zijn zich verspreiden naar het mainstreamdebat en de huiskamers van alle Nederlanders.




terug naar boven




Coronamaatregelen: niet meer doen!


Een urgent essay


geplaatst op 18 november 2021


Deze herfst begint voor het eerst een besef te ontstaan dat we niet meer van de coronasamenleving af komen. Voordat we verdere stappen zetten op het pad der maatregelen, is het van het grootste belang dat we uitzoomen en de tijd nemen voor overwegingen voorbij het perspectief en de oneliners van alledag. Dat heeft bij mij geleid tot dit essay. Het komt uit mijn hoofd én mijn hart, met een kracht die ik niet vaak in mijn leven heb gevoeld. Dit gaat over meer dan corona alleen, het wordt ook confronterend. De genuanceerde conclusie verklap ik alvast: vrijwel alle coronamaatregelen moeten van tafel. Ik heb geen verstand van virussen, maar daar gaat het inmiddels niet meer om. Het gaat om de levensvragen die het coronavirus bij ons op tafel legt. Daar kunnen we niet langer omheen, we moeten er doorheen. Dit essay kost je minstens twintig minuten, maar het vraagstuk is nu eenmaal niet simpel en er staat veel op het spel. Neem de tijd, houd je vast, daar gaan we.


Van maart 2020 tot nu

In maart 2020 zag corona er grimmig uit. In Italië werden de lijken opgestapeld buiten de ziekenhuizen. Iedereen schrok, ik ook. De straten trokken leeg, iedereen zocht een veilig heenkomen. De overheid hoefde draconische maatregelen bijna niet eens te nemen, omdat burgers het zelf al deden. Aanvankelijk dacht ik, naïef als ik was, dat enkele weken genoeg zouden zijn. Het duurde een beetje langer, maar daarna volgde toch een tamelijk plezierige zomer. In de herfst stak corona echter toch weer de kop op. We gingen uiteindelijk een winter in met langere en zwaardere maatregelen dan het voorjaar ervoor. Na veel discussie kwam er zelfs een avondklok, een middel dat vooral bekend is uit oorlogsgebieden. Hier begon ik voor het eerst te twijfelen over de proportionaliteit. Is dit wel in orde? Maar ik hield me in, gaf de maatregelen het voordeel van de twijfel, want de vaccinaties kwamen eraan. Nog even doorbijten, dacht ik, en dan zouden we de ellende uit geprikt worden. Ik ging niet enthousiast naar de vaccinatietent, maar deed het, uit maatschappelijk plichtsbesef en eerlijk gezegd ook omdat ik op vakantie wilde. Na een tweede tamelijk plezierige pauzezomer, maar al wel met de eerste QR-codes, laaide corona deze herfst toch weer op. Inmiddels zijn er nieuwe maatregelen ingevoerd en waarschuwen deskundigen voor zwaardere maatregelen. QR-codes worden de standaard en ongevaccineerden worden opgejaagd.

Belangrijk aan deze geschiedenis is dat het langzaam voortschrijden ervan essentieel is geweest voor de acceptatie. Bij elke stap werd ons voorgehouden dat verdere stappen echt niet aan de orde zouden komen. Daarna dienden volgende stappen zich met vernuftige taalacrobatiek gaandeweg toch aan. De geesten masseerden zich, tot ze akkoord gingen met ingrepen waar ze zich eerder mordicus tegen verklaarden. Maatregelen duren langer en worden grimmiger, terwijl de kwaal zich nu veel minder ernstig aan ons voordoet dan in maart 2020. In de straten, de scholen en de winkels is immers geen schim van de angst uit maart 2020 meer te bespeuren. Maatregelen en kwaal lijken uit elkaar te groeien, maatregelen zijn een zelfstandig leven begonnen, als kwestie in zichzelf. Veelzeggend was dat een recent NOS-journaal duizenden woorden wijdde aan de maatregelen, en geen enkele over de kwaal.

Er is vaak geen logisch moment om een dergelijk proces te stoppen. De tijd bestaat uit losse momenten met ieder hun eigen urgentie, hun eigen logica. Maar wie uitzoomt, ziet dat het logische stopmoment nu is aangebroken. Want nu is er voor het eerst geen zicht meer op een perspectief. Eerder was dat er wel: afvlakking van de besmettingscurve, en vooral de vaccinaties. Zij zouden ons sociale leven weer mogelijk maken. Maar deze herfst zijn er voor het eerst voorspellingen dat we hier nooit meer uitkomen en dat maatregelen ‘dus’ altijd nodig zullen zijn. Voordat alles straks is verankerd in wetten, gewoonten en in gevangenhouding van elkaar, is een indringend gesprek over wat voor samenleving wij met elkaar willen van het grootste belang. Het heeft eeuwen en vele doden gekost om de vrijheid en de rechtsstaat te bereiken die we nu hebben. Ik had nooit gedacht dat de bereidheid zo groot zou zijn om die zomaar op de helling te zetten. Welbeschouwd is daar maar één argument voor: het voorkomen van doden bij de poorten van de IC’s. Dat argument is zwaar, maar daar staat een reeks van argumenten tegenover. Hoe confronterend ook, die afweging moet op tafel. Vanaf hier verken ik vanuit verschillende perspectieven waarom de huidige (dreigende) coronamaatregelen problematisch zijn en hoe het anders kan. Ik eindig met een tienpuntenplan.


Onwetendheid

Een van mijn favoriete uitspraken is: ‘Ik twijfel altijd, maar ik aarzel niet’. Dat betekent ten eerste dat je bescheiden bent over je mening en de waarheid. We weten vaak maar zo weinig. Maar twijfel mag niet leiden tot lethargie. Je moet handelen, als je iets van je leven en de samenleving wilt maken. Daarom moet je niet aarzelen, maar wel altijd openstaan voor nieuwe informatie. Dit essay trekt stevige conclusies, maar als de pandemie straks een heel andere wending neemt, dan kom ik daarop terug. Beloofd.
Voor het kabinet en het OMT moet dat net zo gelden. Het kabinet aarzelt echter te veel, en het OMT twijfelt te weinig. Of beter: het OMT is niet transparant genoeg over z’n eigen onwetendheid. Wie in retrospectief op een rij zet wat er van voorspellingen van veel bekende deskundigen terecht is gekomen, krijgt een ontluisterend beeld. Het is verbijsterend hoe weinig we na anderhalf jaar zeker weten. Virussen zijn nog altijd magie, we kunnen er niet goed bij, iets dat we maar moeilijk kunnen accepteren.
Een kabinet dat visieloosheid tot cultuur heeft gemaakt en zich liefst beperkt tot het oplossen van problemen, verschuilt zich graag achter een OMT van ogenschijnlijk neutrale deskundigen. Maar onbedoeld wordt het OMT daarmee te normaal en te machtig gemaakt. Het leidt tot een medisch-virale technocratie, die blijft denken in termen van maatregelen, bezien vanuit een relatief onwetende virusbril, omdat andere talen niet tot wasdom komen. Het begint tekenen van groupthink te krijgen. Daarom is het cruciaal dat er van onderop meer tegenmacht komt, met andere talen en perspectieven.


Vaccinaties

Er was ons verteld dat vaccinaties ons uit de coronacrisis zouden loodsen. Velen twijfelden, maar hebben de prik met het oog op die horizon geaccepteerd. “Vaccinaties helpen”, is keer op keer gezegd. Maar nu blijkt dat de werking toch afneemt. Steeds meer gevaccineerden worden geïnfecteerd, ook zij krijgen nieuwe maatregelen voor de kiezen. Er zijn snel boosters nodig, misschien wel voor altijd. Israël treft al voorbereidingen voor een vierde (!) prik. Inmiddels worden de eerste QR-codes ingetrokken. Oostenrijk is met Janssen de eerste, daarna volgt waarschijnlijk de rest. Je behoudt je QR-code straks misschien alleen als je je telkens laat hervaccineren. Maar met dat perspectief waren we niet met elkaar dit traject in gegaan. Laten we daarom eerst uitzoomen.
En dan die plicht. We hebben een grondwet die de onschendbaarheid van onze lichamen goed beschermt. Dat weet het kabinet ook, daarom komt er niet zomaar een vaccinatieplicht. Maar we worden inmiddels dusdanig omsingeld, dat er de facto een vaccinatieplicht is ontstaan. Binnenkort kun je zonder QR-code nauwelijks meer functioneren. Voor ongevaccineerden dreigt straks dezelfde status als zwervers. Als we de grondwet dan toch niet zo belangrijk vinden, waarom ligt de optie dan niet op tafel om mensen te weigeren bij de IC’s, in plaats van bij het restaurant? Want het capaciteitsprobleem zit bij de zorg, niet bij de horeca.


Gezondheidszorg

Een terechte veelgehoorde vraag is: waarom schalen we de IC-capaciteit niet op? Dan hoeven we de samenleving niet aan de ketting te leggen en de grondwet niet te tarten. Meestal volgt dan de dooddoener dat dat te lang duurt en dat we daar dus nu niets aan hebben. Het jammere daarvan is dat de vlucht naar kortetermijnmaatregelen onze aandacht afhoudt van het grotere zorgverhaal. Op internet circuleren krantenberichten uit de afgelopen pakweg tien jaar, waaruit blijkt dat gebruikelijke winterse griepgolven al jarenlang knagen aan de capaciteitsgrenzen van onze zorg. Hoezo ‘dat duurt te lang’? Het is al jaren bekend, er had al lang iets aan gedaan kunnen worden. Maar premier Rutte, die ons voorhoudt dat we ‘iets moeten doen voor ons land’, heeft de zorg altijd veronachtzaamd. Verpleegkundigen, en zeker IC-verpleegkundigen, worden willens en wetens schandalig onderbetaald ten opzichte van artsen. Nog maar een jaar geleden weigerde onze premier een verhoging van zorgsalarissen, nota bene tegen de wens van een kamermeerderheid in. Weet u het nog? Dat schandaal, toen coalitiefracties in augustus 2020 uit de Kamer wegliepen om een hoofdelijke stemming over verhoging van zorgsalarissen te ontlopen? De zuigkracht van het nieuws van de dag maakt dat de meesten te weinig uitzoomen en dit soort dingen allang weer zijn vergeten. Onze premier zei toen dat er echt geen geld voor was. Daarna waren er echter wel tientallen miljarden voor coronasteun in de lange winter van 2021, en straks misschien weer. Een typisch voorbeeld van penny wise, pound foolish. Het is de hoogste tijd om de zorg in geld en aandacht flink op te waarderen, in plaats van verpleegkundigen klein te houden en weg te jagen met vaccinatieplichten. Kom met een groots IC-investeringsplan, met goede opleidingen en salarissen. Zelfs als je aankomende IC-verpleegkundigen op Harvard opleidt, dan is dat goedkoper dan een lockdown. Stel je voor dat we alle tijd, geld en aandacht die tot nu toe is besteed aan coronamaatregelen zouden hebben geïnvesteerd in verbetering van de zorg! Maar zolang alle aandacht naar kortetermijnmaatregelen gaat, krijgt het langetermijnverhaal geen kans.


De vitale mens

Vaccinaties, quarantaines en lockdowns werken preventief tegen virussen en zorginfarcten, maar gezond eten en gezond bewegen doen dat ook. De olifant in de kamer van de huidige coronadiscussie is die andere pandemie: de talrijke verleidingen van roltrappen, gerieflijke autostoelen, reclames voor chips, hamburgers, kiloknallers, bier, cola of scooters, vaak nog thuis te bezorgen ook. Het valt individuen nauwelijks aan te rekenen dat ze eraan ten prooi vallen: de ongezondheidsindustrie dringt zich dagelijks aan je op, het is gemakkelijker om erin mee te gaan dan eromheen. Goedbeschouwd is een roltrap aanbieden aan mensen die niets aan hun benen mankeren gewoon wreed. Want het gevolg van dit alles is dat we te weinig bewegen, ongezond eten en steeds dikker worden. We mijden tuinonderhoud en rijden graag in onze auto’s naar supermarkten en snackbars, waar we geen parkeergeld of vettaks willen betalen. Maar beseffen we wel dat we daardoor straks het veelvoudige moeten betalen aan extra zorgpremies? Deskundigen zeggen eensgezind dat onze levensstijl ook slecht is voor onze psyche. Meer tuinieren en meer fietsen helpt voor velen waarschijnlijk beter en goedkoper dan pillen.
Vergeleken met de keiharde coronamaatregelen doen we aan deze andere pandemie, op een beetje voorlichting na, hoegenaamd niets. Die balans is volstrekt afwezig. Als we dit virus al weten te bezweren, dan lopen we vroeg of laat tegen de volgende aan, zeker met een opwarmende aarde. Met straks een nog zwakkere bevolking, want onze levensstijl staat nauwelijks ter discussie. Sociale afstand maakt ons immuunsysteem bovendien steeds luier.

Lange tijd vond ik dat mensen recht hebben op hun eigen ongezondheid. Maar de consequenties daarvan worden te groot. Goed overheidsbeleid moet omstandigheden scheppen waarin mensen veel minder met ongezonde verleidingen in aanraking komen. Gezonde opties moeten makkelijker en logischer worden gemaakt. Dat kan veel krachtiger dan nu, met een reclameverbod op snoep, suikertaks, belastingvrije sportscholen, gratis ov-fietsen, het vergroenen of bebouwen van autoparkeerplaatsen, elektrische fietsen alleen op medische indicatie, QR-codes met een maximale BMI voor toegang tot snackbars en chipsafdelingen van supermarkten. Ja lezer, bij dat laatste gaan de wenkbrauwen vast omhoog. Maar beseffen we wel dat we dit al aan het doen zijn? Het enige verschil in de QR-code is de vaccinatiestatus in plaats van de BMI. Maar maakt dat principieel uit? Beide opties beogen individuele weerbaarheid en verlaging van de druk op de zorg, ten koste van een stukje zelfbeschikking. Voor de duidelijkheid: ik vind een QR-systeem vanuit liberaal en menswaardig oogpunt sowieso ongewenst, maar als je het dan toch doet, waarom dan alleen QR’s voor vaccinaties, terwijl je onderliggende weerbaarheidsproblemen ongemoeid laat? Er valt te lezen dat we in coronatijd alweer dikker zijn geworden. Het is ironisch dat de coronamaatregelen, die onze gezondheid beogen te beschermen, haar tegelijk hebben geschaad.

Er wordt ons maar weinig zicht geboden op de IC’s, maar het grove beeld is duidelijk: veel onderliggend lijden zoals diabetes, COPD en hartkwalen. Recentelijk viel te lezen dat 84% van de IC-patiënten te zwaar is, waarvan een flink deel ernstig te zwaar. Niet voor niets wordt vaak gezegd dat velen eigenlijk niet sterven door corona, maar met corona. Dat is buitengewoon sneu voor de getroffenen. Zij zijn vaak slachtoffer van een ziek systeem. De zorgwekkend brede bereidheid tot een derde lockdown laat zien dat we liever kiezen voor het breken van de levens van miljoenen relatief fitte mensen dan deze langetermijndiscussie te voeren. Onze leiders moeten leiderschap tonen, ons voorhouden dat onze huidige ongezonde leefomgeving onhoudbaar is en ons de weg wijzen naar een vitaler en gelukkiger leven voor iedereen.


De sociale mens

‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’, luidt het overheidsdevies. Het is ironisch dat we dat moeten doen door zoveel mogelijk bij elkaar uit de buurt te blijven. Er wordt een beroep gedaan op onze solidariteit, maar onbedoeld maakt dit beleid ons antisociaal. Mensen reageren op manieren waar exacte wetenschappers maar moeilijk mee om weten te gaan. Ze worden recalcitrant, zetten hakken in het zand, delen zich op in polariserende groepen. Het onderlinge vertrouwen zakt weg.
Velen vinden dit essay vast asociaal, want het accepteert het risico dat mensen doodgaan bij de poorten van de IC's. Voorstanders van maatregelen denken sociaal te zijn door sterfgevallen te voorkomen, maar vonden het in 2020 blijkbaar acceptabel om gestorvenen een menswaardige begrafenis te ontzeggen. Laten we stoppen met elkaar asociaal te noemen. Het virus dwingt ons ertoe, maar we zijn het in onze harten niet.

Mijn jongste dochter (11) zei laatst tegen me: “Ik ben eigenlijk al helemaal vergeten hoe het was zonder corona.” Dat trof me. We zijn aan het wennen aan een wereld waarin je afstand houdt, mondkapjes draagt, waar een handdruk illegaal is, waar je collega’s alleen kent van een schermpje. Opa en oma die niet aangeraakt mogen worden, verjaardagen die niet mogen worden gevierd. Vele evenementen worden momenteel weer afgezegd, opnieuw. “Dan drink je maar een biertje minder,” hoor ik weleens om me heen. Maar daar gaat het bij evenementen eigenlijk niet om. Hoewel ik geen groot evenementenliefhebber ben, heb ik jarenlang deel uitgemaakt van het buurtfeestcomité in mijn eigen buurt. Al jarenlang is er elke voorzomer een groot buurtfeest. Het effect op de buurt was veel groter dan die ene dag per jaar: de voorbereidingen, de discussies, de contacten, die een jaar lang vloeiender werden. Mijn dochters groeiden ermee op, de sfeer zal hen altijd bijblijven. Nu is er al twee jaar geen buurtfeest, het derde dreigt. Het is moeilijk te duiden, maar ik voel de verbrokkeling, de leegte die heel langzaam de buurt vult. Het lijkt niet erg, niemand gaat dood. Maar mijn buurtfeest staat symbool voor miljoenen sociale verbanden die aan het verbrokkelen zijn. Al sinds de prehistorie zoekt de mens gezelligheid op, we hebben het nodig. Dat kan best even aan de kant, maar wie dat langdurig kapotmaakt, is bezig met een huiveringwekkend waagstuk. Ik hoor steeds meer mensen om me heen wiens moed ze in de schoenen zinkt, omdat perspectieven uit zicht verdwijnen. Gezelligheid, vitaliteit en saamhorigheid maken plaats voor eenzaamheid, moedeloosheid en angst. Het zelfregenererende vermogen van de samenleving staat op het spel.

Op het moment dat ik dit schrijf, heeft mijn jongste dochter corona. De officiële eis luidt: isolatie. Ze voelt zich echter prima en heeft behoefte aan gezelligheid. Het is onmenselijk om haar dagenlang op te sluiten. Ze mag lekker in de huiskamer en hoort er helemaal bij. Haar geestelijke gezondheid is mij belangrijker dan de toestand op de IC’s. Ben ik dan asociaal? Ook ik heb kwetsbare mensen om mij heen. Mijn eigen moeder, een zeer sociale vrouw op leeftijd, heeft de kwaliteit van haar leven de afgelopen anderhalf jaar tot haar verdriet flink zien verminderen. Ze heeft mijn dochter nog vastgehouden enkele uren voor ze de eerste coronasymptomen kreeg, maar heeft daar geen spijt van. Sociale contacten staan voorop, ze trekt de eenzaamheid niet langer. Dat geeft risico’s, maar we moeten durven leven en vertrouwen op het lot.


Proportionaliteit en willekeur

Proportionaliteit is een kernwaarde in een rechtsstaat. Als je een agent op z’n schoen pist, dan heeft de agent niet het recht je te vierendelen. Als je je een paar tientjes vergist op een toeslagenformulier, dan heeft de belastingdienst niet het recht je een boete van 40.000 euro op te leggen en daarmee je leven te ruïneren. Als er 400 coronapatiënten op de IC’s liggen en het dreigen er meer te worden, dan geeft dat de overheid niet het recht om het leven van 17 miljoen Nederlanders zo aan de ketting te leggen dat de grondwet ervan begint te schudden. Ook coronamaatregelen kosten doden, zij het indirect. Studenten die aan zelfmoord denken, hardwerkende ondernemers wiens water aan de lippen staat. De stress die dat teweeg brengt moet bij velen enorm zijn. Ook onze angst is tijdenlang op kwalijke wijze aangewakkerd, met onduidelijke effecten op de psyche van velen. De oversterfte onder niet-coronagevallen neemt de laatste tijd toe; niemand weet met zekerheid hoe het komt. De vraag mag worden gesteld of coronasterfgevallen aan de poorten van de IC’s erger zijn, louter en alleen omdat ze aanwijsbaarder zijn.

Ik vond het in maart 2020 al vreemd om premier Rutte te horen zeggen dat maatregelen nodig waren om ‘de zwaksten te beschermen.’ Dat had ik niet eerder uit zijn mond gehoord. Nog surrealistischer was minister Van Nieuwenhuizen, die eind vorig jaar de mensen in de rijen op Schiphol ‘asociaal’ noemde. Ze zouden een besmettingsrisico vormen. Diezelfde Van Nieuwenhuizen vond de zieken en indirecte doden door de vervuiling van Schiphol jarenlang niet asociaal. Evenmin vond ze het asociaal dat ze met een agressieve groeistrategie van Schiphol de klimaatdoelstellingen onder druk zette, met het risico op miljoenen doden op termijn. De ingevoerde 130 op de snelwegen vond ze ook prima, terwijl het risico op doden ermee stijgt. Het ene risico accepteren of zelfs stimuleren en het andere met harde middelen op willekeurige morele basis bestrijden is niet rechtstatelijk meer. Rechtstatelijkheid is dat je uitzoomt en rustig bekijkt of alles en iedereen wel recht wordt gedaan. Of zaken van gelijke strekking nog wel gelijk worden beoordeeld en behandeld. Dat is cruciaal voor het vertrouwen in de overheid, dat nu toch al zo broos geworden is.


Veiligheid en maakbaarheid

Elke beschaving ontwikkelt zo zijn prioriteiten, en bij ons is dat al een tijdje veiligheid. We zijn in een historisch gezien uitzonderlijke veiligheidscultus terechtgekomen. Elk mensenleven telt. Dat is mooi, maar een principe kan zich ook tegen je keren. Het veiligheidsprincipe is zelfversterkend: bij een inbreuk op ons superieure veiligheidsgevoel zijn we des te meer gechoqueerd, waarna we driftig meer veiligheidsmaatregelen nemen. Het voornaamste (potentiële) slachtoffer daarvan is onze vrijheid. En soms ook de veiligheid zelf. Een bekend voorbeeld daarvan is een co-piloot die in 2015 een German Wings-vliegtuig bewust tegen de bergen te pletter vloog, omdat de captain het slot van de deur naar de cockpit er niet af kreeg. Zo’n slot was juist ingevoerd om veiligheidsredenen. Een waarde die te absoluut wordt, schiet in eigen voet of wordt op andere terreinen met een steeds hogere prijs betaald.
Een politicus die een veiligheidsmaatregel invoert, toont zich daadkrachtig. Dát hij of zij iets doet, is vaak belangrijker dan wat het oplevert. Maar een politicus die een maatregel afschaalt met onverwachte doden tot gevolg, heeft het gedaan. Daarom durven velen dat niet. Dat is een netelig probleem, waar alleen grote politici een weg doorheen weten. Wij kunnen hen helpen door in deze extreme omstandigheden netjes te blijven in onze beoordeling.

Net als in mijn eigen planologische vakgebied hebben deskundigen vaak de neiging om de maakbaarheid te overschatten. Als je cafés om 20 uur sluit, dan gaan mensen eerder bijeen zitten. Als je verjaardagsfeestjes thuis verbiedt, dan gaan mensen via de steeg naar binnen en doen ze de gordijnen dicht. Als je 2G invoert, dan wordt er matig op gecontroleerd of organiseren mensen coronafeestjes om besmet te worden voor een QR-code zonder prik. ‘Tongen voor toegang’, wordt het al genoemd. De geschiedenis heeft vaak genoeg laten zien dat een beheersing van de samenleving tot in de haarvaten gedoemd is te mislukken. Mensen worden recalcitrant, worden vindingrijk. Er komt een ondergrondse QR-code-industrie, het virus blijft rondgaan. Stoere woorden als ‘het virus een slag toebrengen’ verliezen aan kracht. Het virus is als fijn zand dat je wilt tegenhouden met een zeef die altijd grover is dan het zand zelf. Dat lukt niet, uiteindelijk verlies je het. Halve zeven zijn zwalkbeleid en staatsrechtelijk moeilijk uit te leggen. Het virus zit overal, er is geen reden om de ene sector wel te pakken en de andere niet. Uiteraard helpen totale lockdowns nog het best, maar zo langzamerhand mogen we, naast de sociale en psychische gevolgen, ook de financiële en monetaire gevolgen daarvan weleens in ogenschouw nemen. Hoe staat Europa er straks bij, als we om de zoveel tijd honderden miljarden geleende of gecreëerde euro's aan coronasteun uitgeven, zonder dat daar enige productie tegenover staat?


QR-codes

We zijn verbijsterend snel in een QR-samenleving terechtgekomen. Zoals zo vaak ging dat met goede bedoelingen, maar we hebben er ook een potentieel monster mee tot leven gewekt. Vanaf nu wordt het relatief gemakkelijk om meer aan de QR-codes toe te voegen: andere medische gegevens, strafrechtelijk verleden, BKR-registratie, noem maar op. Want ja, die QR-code is er nu toch. Wie nu denkt: ‘overdrijf niet zo’, moet maar even terugkijken naar gekke voorspellingen van twijfelachtige figuren uit 2020, die door het politieke midden werden weggehoond, maar nu toch door datzelfde politieke midden tot uitvoering worden gebracht. De horror-achtige biometrische technowereld uit de boeken van de Israëlische bestsellerauteur Harari komt veel sneller naderbij dan hij nog in 2018 voorzag. Misschien wel erger, want een DDR-achtige samenleving dreigt ook, waarin we elkaar in de gaten houden en verklikken, vanuit een eigen vermeende superieure moraal. QR kan een gedrocht worden: beklemmend, onmenselijk, ondoorzichtig, fout- en fraudegevoelig. Als we er spijt van krijgen, zullen ravages al zijn aangericht. Laat de toeslagenaffaire daartoe alvast een stevige waarschuwing zijn. Of Facebook. Of China.


Lotsaanvaarding

In Nederland sterven jaarlijks zo’n 150.000 mensen, als een volstrekt normaal proces. Daar zitten elk jaar ook vroegtijdige doden bij die voorkomen hadden kunnen worden. We hebben daar normaliter geen draconische maatregelen voor over. Er is zelfs nauwelijks verontwaardiging over, ook al beweren sommigen dat het in ziekenhuizen al jaren code zwart is. Dat er in de zorg wat moet gebeuren, is duidelijk, maar de basis is ook dat we de dood hebben te accepteren, en tot op zekere hoogte ook de imperfecties op de weg ernaartoe. Ik ken kwetsbare mensen, gevaccineerd en ongevaccineerd, die zeggen: het is prima om te leven, maar de mens moet ook bereid zijn om te gaan. Griepvirussen doden al jaren mensen, het overgrote deel van de coronadoden is al oud. Als je niet fit genoeg bent, dan bestaat de kans dat je het niet redt. We dachten misschien aan dat soort wetten te kunnen ontsnappen, maar het coronavirus laat zien dat ze nog altijd van kracht zijn. Er zijn niet altijd oplossingen, bij terminale kanker of bij een natuurramp zijn die er ook niet. In Engeland is dat nu in feite de lijn: tot juli van dit jaar heeft men er met lockdowns en vaccinaties gedaan wat men kon en waartoe men bereid was, sinds ‘freedom day’ vertrouwen ze op het lot. Want van kwalen kunnen we nog zeggen dat die ons overkomen, maar van onze middelen niet.


Tot slot

We zijn historisch en staatsrechtelijk in zeer zware maatregelen terechtgekomen. Er zijn of komen toegangspassen, regels voor hoe dicht we bij elkaar mogen staan, regels voor in onze huizen, bestraffingen voor normaal sociaal verkeer: we zijn de gevangenis van binnenuit aan het dichtdoen. Steeds meer mensen raken door de maatregelenonrust en de eenzaamheid in psychische problemen, er zijn onderwijsachterstanden, stoere ondernemers wordt het leven onmogelijk gemaakt. Voor sommige bedrijven komen maatregelen neer op onteigening. Het middel wordt erger dan de kwaal, temeer daar de effecten van corona in de jaarlijkse sterftestatistieken maar met moeite zijn terug te zien. Dat de maatregelen steeds controversiëler worden, is een teken aan de wand. Velen in mijn omgeving voelen zich er lethargisch over en houden hun mond, maar juist nu moet de kritiek uit de hoek van opiniemakers en politici met een twijfelachtig imago naar het hart van onze democratie worden gebracht. Maar dan wel met alle overwegingen.

Epidemiologen zeggen dat we ons gedrag misschien wel voor altijd moeten aanpassen. Een cultuurverandering, met zogenaamd vanzelfsprekende consequenties als mondkapjes, afstand houden tot elkaar, je laten (her)vaccineren, niet meer altijd naar feesten kunnen. ‘Disciplinering’, zeggen sommigen zelfs, geholpen en aangejaagd door steeds hardere regels en handhavers van de overheid. Huiveringwekkend. Maar we kunnen gelukkig ook een veel positievere cultuurverandering op gang brengen. Want de volstromende ziekenhuizen zijn niet alleen de schuld van ongevaccineerden of onvoorzichtigen. Ook onze leefomgeving, ons armoedige zorgbeleid en het lot dragen schuld. Laten we daarom radicaal kiezen voor een gezondere en actievere leefomgeving, om ons op natuurlijke weg te wapenen tegen de virussen van de toekomst. Laten we de verpleegkunde opstuwen in de banenhiërarchie, met eindelijk een deltaplan voor de zorg. Laten we corona meer als een eigen verantwoordelijkheid gaan beschouwen: wees gezond, kijk uit, laat je vaccineren. En laten we het lot iets meer aanvaarden. Deze cultuurverandering is al met al heftig, maar de huidige maatregelenpakketten zijn dat eveneens. Welke is het hoopvolst, als we voorbij het paniekvoetbal denken?

Als twee lange lockdowns, een avondklok, mondkapjes, miljoenen vaccins en QR-codes niet voldoende waren, dan moeten we het lef hebben om anders naar het probleem te gaan kijken dan de groef waarin het OMT verzeild is geraakt. Anders zijn we uiteindelijk de houthakker die tot diep in de nacht moet doorhakken, omdat hij geen tijd heeft om zijn bijl te slijpen.


Wat nu?

Wat betekenen alle aan de orde gekomen perspectieven nu praktisch voor het hier en nu? Ik kom tot het volgende tienpuntenplan:

1. Alles open, zonder voorwaarden
2. Alle QR-codes vernietigen
3. Geen 3G, geen 2G, geen 1G
4. Vrijwel nergens mondkapjesplicht
5. Geen vaccinatieplicht
6. Mensen met corona blijven netjes thuis
7. Let meer op handen wassen, netjes niezen en ventilatie
8. Een ambitieus deltaplan voor de zorg
9. Een ambitieus deltaplan voor een gezondere en actievere leefomgeving
10. Blijf in dialoog, respecteer elkaar en houd het netjes.

Sommigen zullen bang worden, als alles wordt losgelaten. Dat is begrijpelijk. We leven in een vrij land, met enkele verantwoordelijkheden voor elkaar, maar ook met verantwoordelijkheden voor jezelf. De volgende mogelijkheden en tegemoetkomingen staan voor je open:

1. Draag een mondkapje, dat is prima
2. Laat je (her)vaccineren
3. Vermijd druktes, de overheid kan helpen met veilige zones op essentiële plekken
4. Ga over op een gezondere levensstijl.

En het risico dan dat we straks niet meer alle coronapatiënten kunnen helpen? Ten eerste: dit essay pretendeert geen perfecte oplossing. Ten tweede: het is niet zeker dat het zover komt. Andersom is het ook niet zeker dat de huidige maatregelen per saldo levens sparen. We weten het eigenlijk niet goed. Zweden is een hoopvol en onderbelicht voorbeeld, Engeland ook. Ten derde: alles loslaten geeft risico’s, maar ook positieve effecten. We zullen sneller groepsimmuniteit opbouwen. Ook zullen sommigen voorzichtiger worden. De huidige QR-codes bieden immers schijnzekerheid die mensen roekelozer maakt. Sommigen zullen alsnog naar de vaccinatiestraat snellen. Anderen zullen alvast beginnen met een gezondere leefstijl. Want ja, we kunnen niet meer standaard rekenen op hulp bij virussen. Voorts kan de zorg volgens sommige zorgexperts tijdens pieken gemakkelijker worden opgeschaald dan wordt gesuggereerd, met tijdelijke herverdelingen, efficiency en tijdelijke afschaling van kwaliteit. Tot slot mogen we ervan uitgaan dat de vele vaccinaties de IC-piek minder hoog maken dan vorig jaar.

Het virus dwingt ons hoe dan ook tot een hoge prijs. Ik roep de lezer die tot hier is gekomen op om alle genoemde overwegingen te overdenken. Want de dood op afstand houden is een groot goed, maar niet als dat ten koste gaat van de waardigheid van het leven zelf.


terug naar boven